Agent
Een Copilot-agent is een AI-assistent met een afgebakende taak, eigen instructies en toegang tot specifieke bronnen of acties. Anders dan een losse chat werkt een agent doelgericht en herhaalbaar.
VerdiepingCopilot kennisbank
De Copilot-kennisbank legt de kernbegrippen van Microsoft Copilot in gewone taal uit: van agent en grounding tot Microsoft Graph en sensitivity labels. Eén plek om snel te snappen wat een term betekent en waar hij in jouw omgeving op slaat.
Hoe je dit leest
We splitsen Copilot in drie lagen: de techniek die antwoorden onderbouwt (grounding, Graph, RAG), de veiligheid die data beschermt (RBAC, DLP, sensitivity labels) en de bouwstenen waarmee je het inzet (Copilot, agents, functionaliteiten). Elke term hieronder verwijst door naar de verdieping.
A–Z glossary
Zestien kernbegrippen, elk in één à twee zinnen — met een link naar de dieptepagina.
Een Copilot-agent is een AI-assistent met een afgebakende taak, eigen instructies en toegang tot specifieke bronnen of acties. Anders dan een losse chat werkt een agent doelgericht en herhaalbaar.
VerdiepingCopilot Chat is de gespreksinterface waarin je vragen stelt en taken laat uitvoeren, met of zonder toegang tot je werkdata. Voor veel mensen is het het startpunt met Copilot.
VerdiepingCopilot Studio is de omgeving waarin je eigen agents bouwt en publiceert: met eigen kennisbronnen, acties en regels. Hiermee maak je Copilot specifiek voor jouw processen.
VerdiepingDLP (Data Loss Prevention) zijn regels die voorkomen dat gevoelige informatie ongewenst wordt gedeeld of de organisatie verlaat. Samen met Copilot houdt DLP grip op wat AI met data mag doen.
VerdiepingGrounding betekent dat Copilot zijn antwoord baseert op echte, actuele bronnen in plaats van alleen op het taalmodel. Daardoor zijn antwoorden specifiek voor jouw organisatie en beter controleerbaar.
Een hallucinatie is een antwoord dat plausibel klinkt maar feitelijk onjuist of verzonnen is. Goede grounding en bronvermelding verkleinen de kans hierop, maar controle blijft nodig.
De Microsoft Graph is de toegangspoort tot je organisatiedata in Microsoft 365: mails, bestanden, chats, agenda en mensen. Copilot gebruikt de Graph om antwoorden te baseren op werk dat al bestaat.
VerdiepingOversharing is het te ruim gedeeld zijn van bestanden, waardoor mensen meer kunnen zien dan bedoeld. Copilot maakt bestaande oversharing zichtbaar, want het vindt alles waar iemand toegang toe heeft.
VerdiepingEen prompt is de instructie of vraag die je aan Copilot geeft. Hoe concreter de prompt (rol, context, gewenst formaat), hoe bruikbaarder het antwoord.
VerdiepingRAG (Retrieval-Augmented Generation) is de techniek waarbij eerst relevante informatie wordt opgehaald en daarna pas een antwoord wordt gegenereerd. Copilot gebruikt dit om antwoorden te onderbouwen met jouw bronnen.
VerdiepingRBAC (Role-Based Access Control) kent toegang toe op basis van iemands rol. Copilot respecteert deze rechten: een gebruiker ziet via Copilot alleen wat hij sowieso al mag zien.
VerdiepingDe semantische index is een betekenis-gebaseerde laag bovenop je Microsoft 365-data, zodat Copilot inhoud op betekenis vindt en niet alleen op exacte trefwoorden. Dat maakt grounding nauwkeuriger.
Een sensitivity label classificeert en beschermt een document of bericht, bijvoorbeeld als Vertrouwelijk. Copilot erft deze beschermingen, zodat gevoelige inhoud beschermd blijft.
VerdiepingEen tenant is de afgeschermde omgeving van jouw organisatie binnen Microsoft 365, met eigen gebruikers, data en instellingen. Copilot werkt binnen de grenzen van je tenant.
Bij work-grounding put Copilot uit je eigen Microsoft 365-data via de Graph; bij web-grounding uit openbare webinformatie. De keuze bepaalt of een antwoord over interne of publieke kennis gaat.
Zero Trust is het beveiligingsprincipe dat geen gebruiker of apparaat automatisch wordt vertrouwd; elke toegang wordt geverifieerd. Het is de basis onder veilig Copilot-gebruik.
VerdiepingOnze overtuiging
Snappen wat je inzet, voor je het inzet.
In de praktijk
Van je eerste vraag in Copilot Chat tot een eigen agent in Studio — zo passen de begrippen samen.
De gespreksinterface is het laagdrempelige startpunt voor dagelijkse taken.
Weet of een antwoord uit je eigen data of het open web komt.
Rol, context en formaat erin: concreter vragen, bruikbaarder antwoord.
Hallucinaties bestaan; bij belangrijke besluiten blijft een mens nodig.
Copilot toont alleen wat iemand sowieso al mag zien.
Maak eigen agents met kennisbronnen en acties voor jouw processen.
FAQ
Korte antwoorden op de meestgestelde vragen over Copilot-begrippen.
Een Copilot-agent is een AI-assistent met een afgebakende taak, eigen instructies en toegang tot specifieke bronnen of acties. Anders dan een losse chat werkt een agent doelgericht en herhaalbaar, bijvoorbeeld voor support of onboarding.
Grounding betekent dat Copilot zijn antwoord baseert op echte bronnen in plaats van alleen op het taalmodel. Bij work-grounding zijn dat je eigen Microsoft 365-bestanden via de Graph; bij web-grounding openbare webinformatie.
De Microsoft Graph is de toegangspoort tot je organisatiedata in Microsoft 365: mails, bestanden, chats, agenda en mensen. Copilot gebruikt de Graph om antwoorden te baseren op werk dat al in je omgeving bestaat.
De semantische index is een betekenis-gebaseerde laag over je Microsoft 365-data. Daardoor vindt Copilot inhoud op betekenis en niet alleen op exacte trefwoorden, wat grounding op je eigen data nauwkeuriger maakt.
RAG (Retrieval-Augmented Generation) haalt eerst relevante informatie op en genereert daarna pas een antwoord. Copilot werkt volgens dit principe, zodat antwoorden onderbouwd worden met jouw bronnen in plaats van puur uit het model.
Ja. Een hallucinatie is een antwoord dat klopt lijkt maar onjuist of verzonnen is. Goede grounding en bronvermelding verkleinen de kans, maar controle door een mens blijft altijd nodig bij belangrijke beslissingen.
Nee. Copilot respecteert bestaande toegangsrechten (RBAC): iemand ziet via Copilot alleen wat hij sowieso al mag openen. Wel maakt Copilot bestaande oversharing zichtbaar, doordat het alles vindt waartoe iemand toegang heeft.
Oversharing is het te ruim gedeeld hebben van bestanden, waardoor mensen meer zien dan bedoeld. Omdat Copilot alles vindt waar iemand bij kan, komt latente oversharing sneller aan het licht. Onze readiness-scan brengt dit in kaart.
Copilot Chat is de gespreksinterface waarin je vragen stelt en taken laat doen. Copilot Studio is de bouwomgeving waarin je eigen agents maakt met eigen kennisbronnen, acties en regels, specifiek voor jouw processen.
Een sensitivity label classificeert en beveiligt een document, bijvoorbeeld als Vertrouwelijk. Copilot erft die bescherming, zodat gevoelige inhoud beschermd blijft in antwoorden en gedeelde output. Het werkt samen met DLP-regels die ongewenst delen tegenhouden.
Begin met heldere, concrete prompts en oefen met dagelijkse taken. Voor gestructureerd leren bestaat los trainingsmateriaal op copilotcursus.nl; wij richten ons op advies en implementatie en koppelen begrippen aan jouw praktijk in een adviesgesprek.
Wij vertalen deze concepten naar jouw omgeving — veilig, onderbouwd en met een concreet plan.